Het korte profiel
De grijze zeehond (Halichoerus grypus) heet niet voor niets kegelrob: het opvallendste kenmerk is de kegelvormige, "paardachtige" kop met een lange, rechte snuit. Het is de grootste van de twee zeehondensoorten die in Nederland leven en meteen ook het grootste in het wild levende roofdier van het land. De wetenschappelijke naam Halichoerus grypus betekent zoiets als "haakneuzig zeevarken" — een verwijzing naar het profiel van een volwassen mannetje. De soort komt voor langs de noordwestelijke Atlantische kusten van Europa en Noord-Amerika; de Britse eilanden herbergen verreweg de grootste populatie.
- BijnaamKegelrob
- KopKegelvormig, "paardachtig"
- SnuitLang, recht
- NeusgatenBijna parallel, gescheiden
- Lengte1,8–2,5 m (mannetjes het langst)
- Gewicht150–300 kg (mannetjes het zwaarst)
- Levensduur25–35 jaar (vrouwtjes tot 45)
- Pup-seizoenNovember–januari
- VoedingstypeCarnivoor — vis, soms zeevogels
Hoe herken je een grijze zeehond?
De meest betrouwbare aanwijzing is opnieuw de kop. Bij de grijze zeehond loopt het voorhoofd vrijwel zonder knik door in een lange, rechte snuit — het profiel doet aan een paard of een windhond denken, niet aan een hond of een kat. Volwassen mannetjes ontwikkelen daarbij een uitgesproken "Romeinse neus" en een vlezige nek met diepe plooien, een kenmerk dat met de jaren steeds duidelijker wordt.
De neusgaten staan bijna parallel en raken elkaar niet onderaan; tussen de twee openingen blijft een duidelijke ruimte zichtbaar. Dat is een belangrijk verschil met de V-vormige neusgaten van de gewone zeehond.
Een derde aanwijzing is formaat. Volwassen vrouwtjes wegen 150 tot 200 kilo en zijn 1,8 tot 2,1 meter lang; mannetjes worden 230 tot 300 kilo en kunnen 2,5 meter halen. Op een gezamenlijke ligplaats steken grijze zeehonden bijna altijd duidelijk boven de gewone zeehonden uit. De vacht is variabel — bij vrouwtjes vaak lichter met donkere vlekken, bij mannetjes donkerder met lichte plekken — maar vachtkleur alleen is onbetrouwbaar; ga op kop, snuit en formaat af.
Het verhaal van de terugkeer
De grijze zeehond was eeuwenlang een gewone verschijning aan de Nederlandse kust. Subfossiele botten uit terpen en wierden tonen dat de soort in de middeleeuwen op grote schaal langs de Waddenkust leefde en bejaagd werd voor zijn pels, traan en vlees. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw nam de jachtdruk zo sterk toe dat de soort steeds zeldzamer werd; in de negentiende eeuw verdween hij vrijwel volledig uit de Nederlandse wateren.
Pas met het jachtverbod van 1962 in de Waddenzee — en het Deltagebied trad al een jaar eerder onder eenzelfde regime — werd het tij gekeerd. Vanuit de Britse en Schotse koloniën, waar grijze zeehonden zich beter hadden weten te handhaven, zwommen rond 1980 de eerste exemplaren weer onze kant op. In 1985 werd het eerste pup geboren op een Nederlandse zandplaat, een gebeurtenis die het herstel definitief markeert. Vanaf dat moment groeide de populatie met dubbele cijfers per jaar. Bij de telling van 2024 werden in de Nederlandse Waddenzee ongeveer 7.800 grijze zeehonden geteld. Het herstel is een van de meest aansprekende natuurresultaten van Nederland na 1950.
De Richel als kraamkamer
Het hart van de Nederlandse grijze-zeehondenpopulatie ligt op de Richel, een onbewoonde zandplaat tussen Vlieland en Terschelling. Daar werpen vrouwtjes elk jaar tussen november en januari honderden pups — meer dan op enige andere plek in Nederland. De plaat valt bij eb droog en is omgeven door diepe geulen, een combinatie die volwassen dieren met hun zware lichaam zonder problemen kunnen overbruggen, maar die de witte donsvachtjongen veilig op het droge houdt.
De Richel is gesloten voor publiek tijdens het werp- en zoogseizoen en heeft een beschermd statuut onder Natura 2000. Vaartochten houden tijdens deze maanden ruime afstand. Buiten het werpseizoen wordt de plaat ook gebruikt als verharingsligplek (maart–april).
Voortplanting
De grijze zeehond is een uitgesproken winterpup. Tussen begin november en eind januari werpen vrouwtjes één enkel jong op een droge zandplaat of een rotsige kust. De pup heeft bij geboorte een dichte, zachte, vrijwel witte lanugovacht die hem aan land warm houdt maar niét waterdicht is. Het jong blijft daarom de eerste drie weken noodgedwongen op het droge.
In die drie weken zoogt de moeder hem met melk van zo'n 60% vetgehalte. De pup verviervoudigt in die periode zijn gewicht — van ongeveer 14 kilo bij geboorte tot 45 kilo bij het spenen. Daarna verlaat de moeder het jong abrupt; de pup verliest zijn witte vacht en gaat zelf het water op om te leren jagen. Ondertussen vechten volwassen mannetjes om toegang tot de bronstige vrouwtjes. Die gevechten zijn fors — bijtwonden in de nek zijn standaard — en bepalen wie zich uiteindelijk voortplant. Na de paring zorgt uitgestelde innesteling voor een zichtbare draagtijd van ongeveer elf maanden.
Voeding & jacht
De grijze zeehond is een veelzijdige roofvis-eter. Op het menu staan kabeljauwachtigen, platvis, zandspiering, haring en makreel, met in mindere mate inktvis. Een volwassen dier eet 4 tot 7 kilo per dag. Anders dan de gewone zeehond duikt de grijze zeehond gemiddeld dieper en langer: routinematige duiken van vijftig tot honderd meter zijn geen uitzondering, en de soort blijkt soms ook zeevogels te slaan — bruinvissen incidenteel zelfs. Dat maakt de grijze zeehond niet alleen de grootste, maar ook de meest opportunistische van de twee Nederlandse soorten.
Populatie en trend
De grijze zeehond zit in Nederland nog steeds in een sterke groeifase. De Waddenzeepopulatie groeide tussen 1990 en 2010 met ongeveer 15% per jaar, daarna iets gematigder. In de Delta (Voordelta, Oosterschelde, Westerschelde) duiken grijze zeehonden inmiddels structureel op en wordt jaarlijks een handvol pups geboren. De Europese populatie wordt geschat op ruim 80.000 dieren, met het zwaartepunt in Groot-Brittannië. Voor de actuele Nederlandse cijfers zie telcijfers.
Op pad: waar je ze ziet
Grijze zeehonden zie je op dezelfde zandplaten als gewone zeehonden — vooral rond Vlieland, Terschelling en in de Eems-Dollard — maar herken je aan hun forsere postuur en lange snuit. In de winter is een vaartocht naar de Richel of een wandeling langs de Brouwersdam (Voordelta) het meest kansrijk. Plan met de spotgids en bekijk de ligplaatsen op de spotkaart.
Verder lezen
Vergelijk de grijze zeehond direct met de gewone zeehond.