Tellingen en trends

Hoeveel zeehonden zijn er in Nederland?

Jaarlijks vliegen onderzoekers van Wageningen Marine Research boven de Waddenzee en de Delta om zeehonden te tellen, gecoördineerd met Duitse en Deense collega's. Hieronder de meest recente cijfers, hoe ze tot stand komen en welke trends ze laten zien.

Hoe wordt geteld?

Zeehondentellingen in Nederland gebeuren al sinds de jaren '60. Sinds de jaren '90 zijn ze gestandaardiseerd, en wordt het werk uitgevoerd door Wageningen Marine Research (voorheen IMARES) in opdracht van het Ministerie van LNV. De methode: vliegtuig-tellingen tijdens specifieke maanden, op vaste routes, bij laagwater wanneer zeehonden op zandplaten en kwelders liggen.

Voor de gewone zeehond wordt geteld in de zomermaanden (juni–augustus), de periode van geboorte en verharing waarin de dieren langer en zichtbaarder op het droge liggen. Voor de grijze zeehond zijn er twee tellingen per jaar: in de winter (november–januari) tijdens de geboorteperiode, en in het voorjaar (maart–april) tijdens de verharing.

De cijfers zijn minimumschattingen: alleen dieren die op het droge liggen worden geteld. Zwemmende of foeragerende dieren worden gemist. Statistici corrigeren met "haul-out factors" — geschatte percentages van de populatie die op een gemiddeld telmoment op het droge ligt. De werkelijke populatie is daardoor groter dan het telgetal.

De Nederlandse tellingen zijn afgestemd met die in Duitsland (Schleswig-Holstein, Niedersachsen) en Denemarken via het Trilateral Wadden Sea Secretariat (TWSS). Voor de gewone zeehond wordt gecoördineerd geteld in juni (pups) en augustus (verharing); voor de grijze zeehond in de winter (pups) en in het voorjaar (verharing). Teams vliegen zo veel mogelijk gelijktijdig, zodat dubbeltellingen worden voorkomen.

Gewone zeehond — Nederlandse Waddenzee

Na decennia van jacht en vervuiling werden in 1976 nog maar 480 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied geteld, en iets meer dan tien in de Delta. Na het jachtverbod (1962) en het terugdringen van PCB's herstelde de populatie zich, ondanks twee uitbraken van het zeehondenvirus (PDV) in 1988 en 2002 die elk ongeveer de helft van de dieren kostten. In 2013 werd de piek bereikt: 7.605 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied en 597 in de Delta.

Daarna stagneerde de groei en vanaf 2022 daalden de aantallen, zonder dat massale sterfte werd waargenomen. In augustus 2025 (verharingstelling) werden in de Nederlandse Waddenzee 7.285 gewone zeehonden geteld, 10% meer dan in 2024. Het aantal pups in Nederland steeg in 2025 met 44% naar 2.809.

JaarGewone zeehond, NL-Waddengebied (verharingstelling)Toelichting
1976480dieptepunt
1988 en 2002—PDV-epidemieën, elk ca. 50% sterfte
20137.605hoogste telling
2022–2024—dalende aantallen
20257.285+10% t.o.v. 2024; 2.809 pups

Bronnen: Compendium voor de Leefomgeving (indicator gewone en grijze zeehond 1960–2025) en Wageningen Marine Research / Expert Group Marine Mammals (telling 2025).

Grijze zeehond — Nederlandse Waddenzee

De grijze zeehond is hét succesverhaal van de Nederlandse zeezoogdieren. Na eeuwen van afwezigheid is hij sinds 1980 terug, en in 1985 werd het eerste jong geboren. De groei komt vooral door instroom vanaf de Britse eilanden. De Richel tussen Vlieland en Terschelling is de bekendste kraamkamer.

TellingHele Waddenzee + HelgolandWaarvan Nederland
Verharing voorjaar 202512.0648.638
Verharing voorjaar 202612.497 (+3,6%)8.981
Pups winter 2025–20263.385 (+10%)1.731

Het aantal pups groeide de afgelopen vijf jaar gemiddeld met zo'n 12% per jaar. De groei van het aantal volwassen dieren in de verharingstellingen vlakt wel af.

Delta — Voordelta, Oosterschelde, Westerschelde

Naast de Waddenzee is de Delta het tweede zeehondenleefgebied van Nederland. Volgens het Compendium voor de Leefomgeving werden in augustus 2023 1.738 gewone zeehonden in de Delta geteld — een enorme toename vergeleken met de handvol dieren in de jaren zeventig. Bij de grijze zeehond schommelen de Delta-tellingen sterk: 3.467 in 2023 (een uitschieter) en 2.901 in 2024. Veel grijze zeehonden pendelen tussen de Delta, de Waddenzee en Britse kolonies. Voor lokale details zie Delta.

Trends en hypotheses voor de stagnatie gewone zeehond

Waarom is de gewone zeehond na 2013 gestagneerd en sinds 2022 gedaald, terwijl de grijze nog groeit? Onderzoekers werken aan meerdere niet-uitsluitende hypotheses:

  • Voedselconcurrentie met de grijze zeehond. De grijze is groter, eet veel kabeljauwachtigen, en kan op dezelfde plekken zwemmen. Bij stevige groei van de grijze populatie kan dit drukken op het voedselaanbod voor de kleinere gewone.
  • Predatie door grijze zeehonden. Grijze zeehonden blijken soms andere zeehonden (en bruinvissen) aan te vallen en te doden. Hoe groot dat effect op de populatie is, is onbekend.
  • Lokale ziekte-incidenten, waaronder vogelgriep (H5N1) sinds 2022.
  • Veranderend voedselaanbod door klimaat en visserij.
  • Draagkracht bereikt. Mogelijk zit de gewone zeehond op of dicht bij de natuurlijke maximum-populatie voor de Nederlandse Waddenzee.

De oorzaak is nog niet bekend; Wageningen Marine Research en partners onderzoeken het. Vervolgonderzoek loopt; lees meer over de oorzaken op bedreigingen.

Trilaterale Waddencijfers

Zeehonden trekken over landsgrenzen. Voor het totaalbeeld zijn de trilaterale cijfers (Nederland, Duitsland, Denemarken en Helgoland) relevanter dan het Nederlandse deel alleen:

Soort en tellingTotaal Waddenzee + HelgolandNederland
Gewone zeehond, verharing aug. 202523.954 (+1%)7.285
Gewone zeehond, pups juni 202510.044 (+22%)2.809
Grijze zeehond, verharing voorjaar 202612.4978.981
Grijze zeehond, pups winter 2025–20263.3851.731

Het totaal van 23.954 gewone zeehonden ligt nog altijd lager dan alle tellingen uit 2012–2021; sinds 2021 is er een dalende trend van ongeveer 4% per jaar in de verharingstellingen. Het aantal pups was in 2025 juist het op één na hoogste ooit. Bron: rapporten "Survey results of Harbour Seals in the Wadden Sea in 2025" en "Grey Seal Surveys of the Wadden Sea and Helgoland 2025–2026" (Trilaterale Samenwerking Waddenzee).

Bronnen

De officiële, jaarlijks bijgewerkte bronnen voor Nederlandse en trilaterale zeehondencijfers zijn:

  • Wageningen Marine Research — jaarlijkse Nederlandse telrapportages voor gewone en grijze zeehond, in opdracht van LNV.
  • Trilateral Wadden Sea Secretariat (TWSS / CWSS) — gezamenlijke jaarverslagen "Wadden Sea Harbour Seals" en "Wadden Sea Grey Seals" met cijfers per deelregio.
  • Compendium voor de Leefomgeving (CLO) — Nederlandse natuurindicatoren met grafieken en lange tijdreeksen.
  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) — geaggregeerde data over zeezoogdieren in Nederlandse wateren.

Wij actualiseren deze pagina jaarlijks zodra het nieuwe rapport van Wageningen Marine Research verschijnt — meestal in het najaar. Cijfers op deze pagina zijn indicatief; voor wetenschappelijk gebruik raadpleeg altijd het origineel.

Een zeehond gevonden op het strand?

Achter elk cijfer staat een dier. Help bij melding — niet bij ingrijpen.

  1. Houd 30 meter afstand.
  2. Raak het dier niet aan, verplaats niets.
  3. Honden aangelijnd.
  4. Bel 144; een zeehondenwachter komt kijken.
Zeehond melden
Bel 144

Wachters beoordelen ter plekke.

Zo meld je een zeehond →