Van verdwijning naar terugkeer

Vier eeuwen geschiedenis van de Nederlandse zeehond.

Eeuwenlang werden zeehonden in Nederland bejaagd voor pels, traan en vlees. Pas in 1962 viel het laatste schot. Sindsdien is de gewone zeehond hersteld, en is de grijze zeehond — die hier eeuwen niet meer was — uit eigen beweging teruggekeerd.

Eeuwen jacht: traan, pels en vlees

Al in de middeleeuwen werden zeehonden langs de Nederlandse kust bejaagd. Voor kustbewoners van Texel tot Schiermonnikoog waren ze een veelzijdig product: het spek werd uitgesmolten tot traan, een vetolie die werd gebruikt voor lampen, voor het impregneren van leer en voor zeep. De pels diende voor kleding en bekleding, en het vlees werd gegeten of als veevoer gebruikt. Niets ging verloren — botten werden gemalen tot meststof.

De jacht gebeurde aanvankelijk kleinschalig: een dorpsgemeenschap die in het voorjaar met knuppels langs een zandplaat trok en enkele dieren neerlegde. Doelgericht en seizoensgebonden, maar nog niet bedreigend voor de populatie. Pas vanaf de 17e eeuw, met de groei van bevolking en handel, werd de jacht commercieel.

19e en vroege 20e eeuw: industriële jacht en premies

In de 19e eeuw veranderde de zeehondenjacht radicaal van karakter. Geweren vervingen knuppels; boten werden sneller en de afzetmarkt voor traan groeide met de industrialisatie. Bovendien ontstond een vijandelijke houding tegen de zeehond: vissers zagen hem als concurrent voor vis en als beschadiger van netten.

De Nederlandse overheid stelde — net zoals in Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk — premies in op gedode zeehonden. Wie een dode zeehond bij de gemeente kwam tonen, kreeg geld of een vergoeding voor pels en traan. De premies bleven tot ver in de 20e eeuw bestaan: in Nederland werd pas in 1955 de laatste premie afgeschaft. Het gevolg was voorspelbaar: jaarlijks werden honderden tot duizenden dieren gedood. Geschat wordt dat in het hele Waddengebied (NL, DE, DK) in de 19e en eerste helft 20e eeuw meer dan een miljoen zeehonden werden gedood.

Bijna-uitsterven van de grijze in Nederland

De grijze zeehond was vroeger inheems in Nederland — fossiele resten en middeleeuwse bronnen bevestigen dat. Maar door de combinatie van gerichte jacht en verstoring van geboorteplaatsen verdween de soort uit Nederlandse wateren. De laatste betrouwbaar gedocumenteerde grijze zeehond in Nederland dateert van enkele eeuwen geleden; sommige bronnen leggen het verlies van een vaste populatie ergens in de 16e eeuw.

Wat overbleef in Nederland was de gewone zeehond — kleiner, talrijker en wat minder kwetsbaar voor jacht omdat zij verspreid op zandplaten leven in plaats van geconcentreerd in kraamkolonies zoals de grijze. Toch raakte ook deze soort midden 20e eeuw zwaar onder druk.

De crisis van de gewone zeehond rond 1960

Eind jaren '50, begin jaren '60 stortte de Nederlandse gewone zeehondenpopulatie in. Schattingen wijzen op een afname tot enkele honderden dieren — een fractie van de oorspronkelijke populatie. Drie oorzaken werkten samen:

  • Doorgaande jacht. Premies bestonden in Nederland tot 1955; in Duitsland en Denemarken nog langer.
  • Watervervuiling. Industrialisering van het Ruhrgebied en de Nederlandse delta bracht PCB's, kwik en dioxines in de Waddenzee. Deze stoffen tasten voortplanting aan: zeehonden kregen minder pups, en pups overleefden minder vaak.
  • Verstoring. Toerisme, recreatievaart en industrievisserij maakten rust op zandplaten zeldzaam.

Biologen zoals Lies Vedder en Lenie 't Hart sloegen alarm. Het werd duidelijk: zonder ingrijpen zou ook de gewone zeehond uit Nederland verdwijnen.

Het jachtverbod: 1961 en 1962

Het keerpunt kwam in twee stappen. In 1961 werd de zeehondenjacht in het Deltagebied verboden. Een jaar later, in 1962, volgde de Waddenzee. Daarmee was de jacht in heel Nederland verleden tijd — een radicaal besluit voor een land waar de zeehond eeuwenlang als economisch wild had gegolden.

Duitsland volgde in 1973, Denemarken in 1976. Daarmee was het hele trilaterale Waddengebied jachtvrij. Het Wadden Sea Seals Agreement (1991, onder de Bonn-conventie) verankerde deze bescherming internationaal.

Tijdlijn: van verlies naar terugkeer

JaarGebeurtenis
~16e eeuwGrijze zeehond verdwijnt als vaste populatie uit Nederland
19e eeuwIndustriële jacht, premies op gedode zeehonden
1955Nederlandse premies op zeehonden afgeschaft
~1960Nederlandse gewone zeehond-populatie op dieptepunt (~enkele honderden dieren)
1961Jachtverbod in het Deltagebied
1962Jachtverbod in de Waddenzee
1971Zeehondencentrum Pieterburen opgericht door Lenie 't Hart
~1980Eerste grijze zeehonden zwemmen uit Britse koloniën Nederland binnen
1985Eerste grijze zeehondenpup in eeuwen geboren op een Waddenzandplaat
1988PDV-uitbraak: ~18.000 zeehonden sterven in Noordwest-Europa
1991Wadden Sea Seals Agreement (Bonn-conventie)
2002Tweede PDV-uitbraak: ~22.000 doden in NW-Europa
2013–2018Piek gewone zeehond in NL-Waddenzee (~7.000)
2020Zeehondenakkoord ondertekend
2022Eerste vogelgriep (H5N1) bij zeehonden in NL vastgesteld
2024~7.800 grijze en ~6.000 gewone zeehonden in NL-Waddenzee

Terugkeer van de grijze zeehond

Een van de mooiste hoofdstukken in de Nederlandse natuurgeschiedenis is de spontane terugkeer van de grijze zeehond. Vanaf rond 1980 verschenen zwervers vanuit de grote Britse en Schotse koloniën in de zuidelijke Noordzee. In 1985 werd op een Waddenzandplaat de eerste pup geboren — voor het eerst sinds vermoedelijk honderden jaren.

De groei was vervolgens snel. De Richel, een zandplaat tussen Vlieland en Terschelling, ontwikkelde zich tot dé kraamkamer van de Nederlandse grijze zeehond. Vandaag leven daar in de winter (zoogtijd) duizenden dieren. Een vergelijkbare ontwikkeling gebeurt in de Voordelta, waar grijze zeehonden zich pas sinds 2014–2015 actief voortplanten. Lees meer over de soort in soorten/grijze-zeehond.

PDV-uitbraken: 1988 en 2002

Het herstel ging niet zonder klappen. In 1988 brak het Phocine Distemper Virus (PDV) uit in de Noordzee — vermoedelijk overgebracht door zaaltrekkende zadelrobben uit het noorden. In enkele maanden tijd stierven ongeveer 18.000 zeehonden in heel Noordwest-Europa, een groot deel daarvan in de Waddenzee. De Nederlandse populatie halveerde in één seizoen.

De populatie herstelde verbazingwekkend snel, mede door bescherming en monitoring. Maar in 2002 sloeg PDV opnieuw toe, met nu ~22.000 doden in dezelfde regio. Sinds 2002 is er geen grote PDV-uitbraak meer geweest, al maakt de huidige populatie er in onderzoek soms nog beperkte uitbraken door.

Herstel tot vandaag

De cijfers van 2024 vertellen het verhaal: ongeveer 6.000 gewone zeehonden en 7.800 grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee, met een groeiende populatie in de Delta. Het is een van de mooiste herstelverhalen in de Europese natuurgeschiedenis. Tegelijkertijd zijn er nieuwe uitdagingen: stagnatie van de gewone zeehond sinds 2018, vogelgriep, plastic, bijvangst en verstoring. De geschiedenis gaat door — zie telcijfers voor de meest actuele tellingen en bedreigingen voor wat er nu speelt.

Een zeehond gevonden op het strand?

Het verhaal van herstel begint bij hoe wij vandaag omgaan met het dier.

  1. Houd 30 meter afstand.
  2. Raak het dier niet aan, verplaats niets.
  3. Honden aangelijnd.
  4. Bel een zeehondenwachter.
Zeehond melden
Landelijk meldpunt

Getrainde wachters beoordelen ter plekke.

Zo meld je een zeehond →