Het korte antwoord
Zeehonden zijn vrijwel uitsluitend visetende roofdieren. Een volwassen zeehond eet 3 tot 7 kilo vis per dag, afhankelijk van seizoen, lichaamsgewicht en soort. De Nederlandse Wadden- en Deltawateren leveren een breed menu: platvis (schol, bot, schar), kabeljauwachtigen (kabeljauw, wijting, steenbolk), haring, sprot en zandspiering. Inktvis en garnalen vormen een kleinere bijdrage.
Het dieet per type prooi
- Platvis (40–55%): schol, bot, schar en tong. De Waddenzee is hierin extreem rijk, vooral in de zomer. Zeehonden vangen platvissen meestal op de bodem.
- Kabeljauwachtigen (15–25%): kabeljauw, wijting, steenbolk en pollak. Vooral grijze zeehonden eten relatief veel kabeljauw, soms exemplaren tot een meter lang.
- Haring en sprot (10–20%): in scholen door beide soorten gevangen, vooral in de open delen van het Eems-Dollard en de Noordzeekust.
- Zandspiering (10–20%): een sleutelprooi. Wanneer zandspieringen verdwijnen (te warm water), reageren zeehondenpopulaties direct met magerder dieren en hogere pupsterfte.
- Overig (≤5%): garnaal, inktvis, krab, paling. Grijze zeehonden zijn opportunist en eten soms zelfs zeevogels of jonge gewone-zeehondpups — uitzonderlijk maar gedocumenteerd.
Hoeveel per dag?
Een volwassen gewone zeehond van 90 kilo heeft per etmaal ongeveer 3 tot 5 kilo vis nodig. Een grijze bul van 250 kilo eet 5 tot 7 kilo, en in koudere maanden meer. Dat klinkt veel, maar verhoudingsgewijs is een zeehond een efficiënt dier: ongeveer 5% van het lichaamsgewicht per dag. Ter vergelijking: een dolfijn eet 4–6%, een mens 2–3%.
Tijdens de verhaartijd (juli–augustus voor de gewone, februari–maart voor de grijze) eten zeehonden veel minder; ze leven dan grotendeels op hun speklaag. Hetzelfde geldt voor mannelijke grijze zeehonden in het paarseizoen, die vier weken nauwelijks van de zandbank afkomen en daarna 20% afvallen.
Pup-melk: extreem vet
Een zeehondenpup eet de eerste 3 tot 6 weken van zijn leven uitsluitend moedermelk. Die melk is ongelooflijk vet: 45 tot 60 procent vetgehalte, vergeleken met 4% in koemelk en 8% in walvis-melk. Het is een van de vetste melksoorten in het dierenrijk. Daardoor verdubbelt een grijze pup zijn gewicht in drie weken — van 15 naar 35–45 kilo — en is hij klaar om in zijn eentje het water in te gaan. De moeder verliest in dezelfde tijd ongeveer een kwart van haar eigen lichaamsgewicht.
Een gespeende pup moet vervolgens zelfstandig leren jagen. Veel pups overleven die overgang niet; verzwakte dieren spoelen aan op het strand. Lees ons huiler-protocol als je een vermagerde jonge zeehond vindt — voer ze nooit zelf.
Verschil tussen soorten
Beide Nederlandse soorten eten breed, maar er zijn duidelijke voorkeuren:
| Soort | Specialisatie | Duikdiepte |
|---|---|---|
| Gewone zeehond | Platvis, zandspiering, kleinere kabeljauwachtigen | 10–50 m |
| Grijze zeehond | Grotere prooi: volwassen kabeljauw, zalm, soms vogels | 20–100 m |
De grijze zeehond is in alles "een maat groter": grotere prooien, diepere duiken, langere foerageertrips (tot 80 km van de rustplek af).
Hoe ze jagen: de snorharen
Het geheim van de zeehondenjacht zit niet in zijn ogen, maar in zijn snorharen (vibrissae). Elke snorhaar is in de huid verankerd met een dichte bundel zenuwuiteinden — duizenden per haar. Een zeehond kan daarmee de minuscule wervelingen voelen die een wegzwemmende vis achterlaat in het water. In experimenten konden zeehonden met afgeschermde ogen de richting waarop een vis 30 seconden eerder voorbij was gezwommen nog feilloos volgen.
Dit verklaart waarom zeehonden in donker en troebel water zo succesvol jagen: ze hebben hun ogen nauwelijks nodig. Hun jachtgebied — de troebele Waddenzee — zou voor een vissoort als de tonijn vrijwel onbruikbaar zijn, maar voor een zeehond is het ideaal.
Voor meer over de fysiologie van zeehonden, inclusief de duikfysiologie die foerageren mogelijk maakt, zie anatomie en hoe diep duikt een zeehond.
Meer feitelijke antwoorden?
Terug naar de kennisbank voor alle veelgestelde vragen — kort en helder beantwoord.