Wat is blubber?
Blubber is de dikke laag vetweefsel direct onder de huid van zeezoogdieren. Het is geen los "vetlaagje" maar een stevig weefsel van vetcellen in een netwerk van bindweefsel (collageen) en bloedvaten. Bij een gezonde gewone of grijze zeehond is die laag enkele centimeters dik en loopt hij als een mantel om het hele lichaam, behalve de flippers en de kop. Daardoor heeft een zeehond die typische, gladde torpedovorm.
Hoe dik de laag is, wisselt sterk per seizoen, leeftijd en conditie. Vlak na de zoogperiode bestaat een goed gevoede grijze zeehondenpup voor bijna de helft van zijn gewicht uit vet. Bij volwassen dieren is het aandeel lager, en het daalt flink in periodes waarin ze weinig eten.
Vier functies van de speklaag
1. Isolatie
Water onttrekt warmte veel sneller aan een lichaam dan lucht. Een zeehond houdt een kerntemperatuur van zo’n 37 °C aan in Noordzeewater dat ’s winters maar een paar graden warm is. Blubber geleidt warmte slecht. Bovendien kan een zeehond de bloedvaten in de speklaag dichtknijpen, zodat er weinig warm bloed naar de huid stroomt. Op het droge, op een warme dag, doet hij het omgekeerde: dan stuurt hij meer bloed naar de huid en flippers om warmte kwijt te raken.
2. Energievoorraad
Zeehonden eten in bepaalde periodes weinig of niets: moeders tijdens het zogen, mannetjes in de paartijd, alle dieren tijdens de verharing, en pups in de weken na het spenen, als ze nog moeten leren jagen. Ze teren dan op hun blubber. Een moeder gewone zeehond verliest tijdens de zoogperiode een flink deel van haar gewicht; haar pup groeit juist hard op de vette melk.
3. Drijfvermogen
Vet is lichter dan water. De blubber helpt een zeehond drijven, bijvoorbeeld als hij rechtop in het water rust ("flessen"). Omdat de dikte per seizoen verschilt, verandert ook het drijfvermogen: een magere zeehond zinkt makkelijker dan een vette.
4. Stroomlijn
De speklaag vult de ruimte tussen spieren en huid op, zodat het lichaam een gladde vorm krijgt met weinig waterweerstand. Zo kan een zeehond met weinig energie snel zwemmen.
Vacht én blubber
Echte zeehonden hebben ook een korte, dichte vacht, maar die houdt in het water nauwelijks lucht vast en isoleert daardoor weinig. Bij pelsrobben (een groep oorrobben) is dat anders: zij vertrouwen veel meer op een zeer dichte vacht met ingesloten lucht. Een pasgeboren grijze zeehond heeft nog nauwelijks blubber en een witte wollige vacht die niet waterdicht is. Daarom blijft hij de eerste weken op het droge, tot hij genoeg vet heeft opgebouwd en zijn volwassen vacht heeft gekregen.
Een dikke zeehond is een gezonde zeehond
Op het strand denken mensen soms dat een zeehond "opgeblazen" of ziek is omdat hij zo rond is. Meestal is het tegendeel waar. Let op deze tekenen van ondervoeding:
- een duidelijk zichtbare nek, waarbij de kop smaller lijkt dan het lijf;
- zichtbare ribben, heupen of ruggengraat;
- een ingevallen, hoekig lichaam met plooiende huid.
Zie je zo’n dier, houd dan afstand en meld het via 144. Zie huiler gevonden voor het volledige protocol.
Blubber en vervuiling
Vetoplosbare stoffen zoals PCB’s hopen zich op in blubber. In de jaren zeventig hadden zeehonden in de Waddenzee zulke hoge PCB-gehaltes dat hun voortplanting werd aangetast. Na het verbod op PCB’s herstelde de populatie zich. Op de pagina bedreigingen lees je meer over vervuiling en andere risico’s. De bouw van de rest van het lichaam staat op anatomie.
Meer feitelijke antwoorden?
Terug naar de kennisbank voor alle veelgestelde vragen.